Belasting tweede verblijven

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woon- of verblijfsgelegenheid, waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister op 1 januari van het aanslagjaar.
Een tweede verblijf kan zowel een residentiële woning voor occasioneel gebruik zijn, als een recreatief verblijf.
Worden beschouwd als tweede verblijf:
• Landhuizen, bungalows, villa's, appartementen, studio's, weekendhuisjes, optrekjes, chalets en alle vaste woon- of verblijfsgelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans of stacaravans:
   o Ongeacht of voormelde woon- of verblijfsgelegenheden ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
   o Ongeacht de staat van de eigenlijke constructie.
• Een verblijf dat tegelijkertijd kan worden gebruikt als woon- of verblijfsgelegenheid en voor de uitoefening van een beroepsactiviteit, maar niet tot hoofdverblijf dient.

Vanaf 2026 bedraagt de belasting op tweede verblijven 1.000 euro.