Opname in het vergunningenregister

Als je een gebouw of constructie wil (ver)kopen, is het van belang te weten of er al dan niet een vergunning voor bestaat. Ook voor de uitvoering van vergunningsplichtige activiteiten aan bestaande constructies, dienen deze constructies een vergunde basis te kennen.

Wanneer er geen stedenbouwkundige vergunning voorhanden is voor het gebouw of constructie of de latere wijzigingen tot 1978 (inwerkingtreding van het gewestplan), kan je hiervoor een aanvraag indienen tot opname als 'vergund geacht' in het vergunningenregister.

Voor oude, reeds lang bestaande gebouwen of constructies is het vaak moeilijk de vergunningstoestand te achterhalen. Om die reden voorziet de Vlaamse Overheid onder bepaalde voorwaarden in een vermoeden van vergunning. Hoewel voor deze constructies nooit een stedenbouwkundige vergunning werd bekomen, worden de constructies van rechtswege geacht te zijn vergund.

Het gemeentebestuur voert na het indienen van een aanvraag een uitgebreid onderzoek en moet het resultaat van dit onderzoek naar een vermoeden van vergunning opnemen in het vergunningenregister. Daardoor krijg je als (toekomstige) eigenaar rechtszekerheid over de vergunningstoestand van het gebouw of de constructie.

Wat

Er bestaan twee soorten vermoedens van vergunning. De toepassing van het vermoeden van vergunning is dus afhankelijk van de datum waarop het gebouw of de constructie werd opgericht.

  1. Een onweerlegbaar vermoeden van vergunning: constructies waarvan kan worden aangetoond dat ze werden opgericht vóór 22 april 1962 genieten het onweerlegbaar vermoeden van vergunning (vergund geacht).
  2. Een weerlegbaar vermoeden van vergunning: constructies waarvan kan worden aangetoond dat ze werden opgericht in de periode vanaf 22 april 1962 en vóór 30 september 1977 (vaststelling gewestplan Turnhout) genieten het weerlegbaar vermoeden van vergunning. Voor deze constructies is eerst een opname in het vergunningsregister van toepassing, om van een vergund geachte toestand te kunnen spreken.

Voorwaarden

Bij constructies met een onweerlegbaar vermoeden van vergunning (voor 1962) is een vergund geachte toestand van toepassing en is geen procedurele bewijslast noodzakelijk.

De bewijslast voor een vermoeden van vergunning (bij weerlegbare situaties, bouwjaar 1962-1977) ligt bij diegene die zich op het vermoeden van vergunning wenst te beroepen. U vindt de voorwaarden in het online formulier onderaan deze pagina. Voeg de opgegeven bewijsstukken toe aan uw aanvraag. Bijkomende dossierstukken kunnen worden opgevraagd door de dossierbehandelaar, indien het noodzakelijk is om de aanvraag te beoordelen.

Procedure

Vul hiervoor het onderstaand formulier in. 

Vul hier je aanvraag in

De aanvraag dient gestaafd te worden met bewijsstukken waaruit de oprichtingsdatum van de constructie(s) op te maken is. Het bewijsmiddel kan een kadastraal uittreksel zijn, kadastraal plan, mutaties van het kadaster, oude prentkaarten, opname in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister, andere gedateerde foto’s (ook gezinsfoto’s), oude luchtfoto’s, bewijzen kadastraal inkomen, facturen van aannemers of van aankoop goederen die refereren naar de oprichtingen, enz. (enig rechtens toegelaten bewijsmiddel uitgezonderd getuigenverklaringen). Aanvragen die niet de noodzakelijke gegevens bevatten kunnen met ongunstig gevolg worden afgehandeld.

Er wordt aangeraden om minstens volgende documenten te bezorgen:

  • tekeningen van de constructie of het gebouw met plattegronden, doorsnedes en gevelzichten met daarop de schaal- en maataanduiding
  • foto’s van de huidige toestand

De gemeente zal na het indienen van jouw online aanvraag een onderzoek voeren naar de vergund geachte toestand van uw gebouw of constructies aan de hand van de ingediende documenten, aangevuld met documenten, databanken en informatie uit vroegere dossiers waarover de gemeente zelf beschikt (bijvoorbeeld het bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister, brandweerverslagen, …). Het college van burgemeester en schepenen neemt binnen een redelijke termijn een beslissing en daarvan ontvang je een afschrift.

Beslissing

Het college van burgemeester en schepenen neemt op basis van het onderzoek een beslissing waarvan je een afschrift ontvangt.

Ga je niet akkoord met de beslissing van het college dan kan je beroep aantekenen tegen de beslissing over de opname van de constructie in het vergunningenregister wegens het vermoeden van vergunning. Je richt je voor deze procedure binnen een termijn van 45 dagen na de beslissing tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Wat indien opname ook in beroep geweigerd wordt?

Weigering tot opname in beroep betekent nog niet per definitie het einde van het verhaal. Er bestaat dan nog de mogelijkheid om samen met een architect een regularisatiedossier in te dienen via het Omgevingsloket.

Hou er wel rekening mee dat de aanvraag moet voldoen aan de stedenbouwkundige voorschriften die nu gelden op het perceel. Regularisatie zal dus niet in alle gevallen mogelijk zijn! De aanvraag moet voldoen aan de huidige verordeningen voor woonkwaliteit, toegankelijkheid, brandveiligheid, enzovoort. Deze aanvraag vereist bijna altijd de medewerking van een architect.

Bedrag

Het tarief voor een opname in het vergunningenregister werd vastgesteld door de gemeenteraad. Het verschuldigde bedrag zal na opname in het vergunningenregister gefactureerd worden. Meer informatie kan je terugvinden via onderstaande link.